Navigatie

 

Wanneer het met een kind op school minder gaat dan verwacht, wordt er al snel gesproken over een concentratieprobleem. Maar klopt dit eigenlijk wel? En wat is dat dan: een concentratieprobleem?Concentratieproblemen worden meestal genoemd in relatie tot een bepaalde taak en het gedrag wat wordt waargenomen. Uit het gedrag blijkt dat een kind andere dingen doet dan mag worden verwacht en aangenomen.Dit noemen we dan een concentratieprobleem. Naar mijn gevoel bestaat een concentratieprobleem niet, maar is het een uiting van iets anders. Een aantal mogelijke onderliggende problemen zijn:

1. Motivatieprobleem. Een kind wat graag speelt op de computer en langere tijd tv kan kijken, heeft geen concentratieprobleem. Het kind met de meeste adhd problematiek kan zeer geconcentreerd computeren of tv kijken. Dit kind heeft vaak geen concentratieprobleem, maar veeleer een motivatieprobleem omdat het de lesstof of taak niet interessant vindt.

2. Focusprobleem. Veel kinderen weten niet hoe ze zich moeten richten op een taak. Ook hier weer: ze kunnen vaak langere tijd bezig zijn met computeren, maar laten zich in de klas afleiden van dat wat ze hebben te doen.

3. Bewegingsprobleem. Veel volwassenen denken dat stil zitten en concentreren bij elkaar horen, maar niets is minder waar. Kijk maar eens naar het aantal volwassenen wat met pennen tikt, tekeningetjes maakt en met voorwerpjes speelt tijdens telefoongesprekken en vergaderingen. Sommige kinderen kunnen helemaal niet leren als ze geen beweging mogen maken en  hebben het zelfs nodig om bijvoorbeeld ritmisch met een pen te tikken. Er zijn er  die geconcentreerd, tegelijk aan hun T-shirt pulken of schoppen met een voet. Vaak tot grote ergernis van hun ouders of leraren die denken dat er niet goed gewerkt wordt en zich storen aan het gefrutsel.

4. Leerprobleem. Kinderen die de lesstof niet kunnen bijbenen of de basis missen van het leren krijgen vaak het stempel concentratie probleem. Eigenlijk zijn deze kinderen afgehaakt van de lesstof en is het zeer de moeite waard te weten te komen waar ze nog haperen of zijn blijven steken in hun leerproces.  Teruggaan en aansluiten bij de basis, oefenen en verduidelijken van dat wat gemist is, doet kinderen met sprongen vooruit gaan en laat het concentratieprobleem oplossen.

5. Organisatieprobleem. Wanneer kinderen minder presteren dan ze eigenlijk zouden kunnen, is het de moeite waard eens te kijken naar de manier van organisatie die deze kinderen hanteren. Volwassenen denken vaak dat kinderen alles wel kunnen en kennen, maar voor steeds meer kinderen is de wereld een grote plek vol overdonderende prikkels. Voor een kind kan er veel ten goede veranderen als ze een soort checklijstje hebben voor het starten en volhouden bij het uitvoeren van een taak.

6. Faalangstprobleem. Sommige kinderen hebben een laag zelfbeeld of hebben de ervaring opgedaan dat ze tot weinig in staat zijn. Voor deze kinderen is het starten van een taak al bij voorbaat gedoemd te mislukken omdat ze het idee hebben dat ze het toch niet kunnen. Weifelen en twijfelen is het gevolg. En dat neemt dan zoveel tijd en energie dat het er niet meer van komt iets tot een goed einde te brengen. Wat overigens opnieuw leidt tot de gedachten van faalangst.

7. Aandacht probleem. In een klas zitten veel kinderen en ieder kind heeft zijn eigen aandacht nodig. Als ze het niet krijgen, zorgen ze er wel voor dat het op een negatieve manier naar hen toe komt. Waar een kind behoefte aan heeft, is gezien worden zoals het is, maar ook dat zijn inspanningen gezien worden. Helaas hebben volwassenen hier vaak een omgekeerde (logische) reactie op waardoor het kind een extra tandje bijzet. Een concentratieprobleem kan zich onmiddellijk oplossen als een leerkracht de inspanningen van het kind herkent en erkent. Het kind heeft dan te leren te herkennen hoe hij de juiste aandacht heeft te vragen. Wederzijds begrip is het gevolg.

8. Hooggevoeligheid probleem. Veel kinderen zijn niet goed in staat zichzelf te begrenzen. Ze krijgen veel prikkels binnen en reageren met fysieke klachten, geïrriteerdheid en klachten over het gedrag van anderen. Door de focus op de prikkels van buiten en op andere kinderen te leggen, raken kinderen steeds verder van huis. Er worden allerlei acties bedacht die het kind moeten vrijwaren van de externe overlast, maar de interne overlast wordt daarmee steeds groter omdat de focus steeds op de buitenwereld blijft gericht.

Nog concreter wordt het als school en ouders een (ver) oordeel hebben over elkaar. Het kind zal dan trouw zijn aan zijn ouders en komt als het ook een goede band heeft met juf of meester zelfs in een loyaliteitsconflict. Dit alles heeft zijn weerslag op de dagelijkse concentratie.

Wat te doen aan een concentratieprobleem. Wanneer er wordt verteld dat  je kind een concentratieprobleem heeft dan is het de moeite waard eerst op onderzoek te gaan. Laat je kind zien en horen in zijn concentratieprobleem. Bovenstaande aspecten kunnen zich combineren tot iets wat wordt ervaren als een concentratieprobleem. Alleen al het feit dat het concentratieprobleem geen concentratieprobleem meer wordt genoemd, geeft al direct verbetering. Immers wat is een concentratieprobleem? Daar heb je alleen maar vage ideeën bij. Hoe concreter je focus, hoe makkelijker de aanpak. 

En dit is de reden waarom ik altijd verder kijk naar de onderliggende oorzaak waarom een kind zich niet kan concentreren. Bij Balans voor Kinderen bespreken we samen wat de juiste samenstelling van  Balans op Maat voor jouw kind is.

Gonny de Ruijter

Denk je dat deze info nuttig is voor jouw vriendin of  leerkracht? Tag hem/haar dan op Facebook.

Wil je nog meer blogs lezen?

(bron Tea Adema)

Balans op Maat bevat

 

Gonny de Ruijter is

 

 

© 2014 - 2017 Balans voor Kinderen | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel